Je kan het venster met de oppervlakte-eigenschappen op twee manieren openen:
- Ofwel dubbelklik je één plaat in de “Geometrie” configuratie
- Ofwel selecteer je één (of meerdere) oppervlakken en klik je op
.
In beide gevallen opent onderstaand venter:
Met de knoppen
en
kan je de eigenschappen exporteren en importeren. Op die manier kan je gemakkelijk zelfgedefinieerde oppervlakken hergebruiken. Hou er rekening mee dat het materiaal en betondekking niet mee geïmporteerd/ geëxporteerd worden.
Algemeen
In de bovenste helft van dit venster kan je deze eigenschappen aanpassen:
- De naam van het oppervlak.
- Vorm
Elk oppervlak dat in Diamonds wordt gedefinieerd, is standaard isotroop. De eigenschappen zijn identiek in alle richtingen. Maar je kan dat gedrag veranderen door een ander plaattype te kiezen
.
Een lijst met de verschillende plaatsoorten en hun eigenschappen vind je in de onderstaande tabel.
Depending on the chosen shape, you’ll have to enter various dimensions. Een tekening illustreert de vereiste afmetingen.
| Icoon | Naam & beschrijving | Welke dikte draagt in twee richtingen? | Voorbeelden |
|---|---|---|---|
| Isotropische plaat – een plaat die in beide richtingen dezelfde eigenschappen heeft | (e) in twee richtingen | ![]() | |
| Prédallen – vloer die opgebouwd wordt uit prédallen (die dragend in één richting) met daarop een opstortlaag (die draagt in twee richtingen) |
(1) in één richting | ![]() | |
| Platen dragend in één richting – platen zonder stijfheid in de secundaire richting |
![]() (e) in één richting | ![]() | |
| Ribbenvloer met ribben in één richting – vloerelement met ribben in de langsrichting | (e) in twee richtingende ribben in één richting | ![]() | |
| Ribbenvloer met ribben in twee richtingen – vloerelement met ribben in twee richtingen | (e) de ribben in één richtingde ribben in één richting | ![]() | |
| Meercellige kokerplaat – holle plaatvloeren waarbij de uitsparingen in één richting doorlopen | (3) en (4) in twee richtingende ribben in één richting | – | |
| Holle plaatvloeren – vloeren waarbij de uitsparingen worden aangebracht volgens een rechthoekig netwerk | (3) en (4) in twee richtingende ribben in één richting | ![]() | |
Breedplaatvloeren – vloeren opgebouwd uit breedplaten (welke dragend zijn in één richting) waarop een isotrope betonlaag wordt gestort
| (e) in één richting | ![]() | |
| Diafragma – plaat zonder buigstijfheid | dit type plaat (een membraan) heeft geen buigstijfheid, alleen axiale stijfheid. | – | |
| Willekeurige plaat op basis van de stijfheidsmatrix | de draagrichting wordt bepaald door de zelf opgelegde stijfheidsmatrix | ![]() | |
| Opening of platen verwijderen | – | – |
Stijfheidsmatrix
Diamonds is een softwareprogramma dat gebaseerd is op de eindige-elementenmethode (EEM). De EEM verdeelt de structuur in een eindig aantal elementen, die vervolgens logisch met elkaar worden verbonden. Er zijn een aantal vereisten voor deze verbindingen, afhankelijk van het type element (balk, kolom, plaat, muur, …). In ieder geval is het vereist dat de meshknopen van de elementen samen verplaatsen.
Met deze methode kan het gedrag van een complexe structuur worden benaderd door een matrixvergelijking op te lossen. De matrixvergelijking drukt de relatie tussen de elementen in de structuur uit. In het geval van een lineaire statische analyse wordt de matrixvergelijking als volgt geschreven:
![Rendered by QuickLaTeX.com \[\underbrace{\left[ Q \right]}_\text{last in meshknoop} =\overbrace{\left[ K \right]}^{\text{stijfheidsmatrix}} \cdot \underbrace{\left[ U \right]}_\text{verplaatsing in meshknoop}\]](https://support.buildsoft.eu/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-486b64b0041c94087dee17a12e8fb43c_l3.png)
De matrixvergelijking bevat een stijfheidsmatrix [K], een matrix met knooppuntverplaatsingen [U] en een matrix met knooppuntbelastingen [Q].
De stijfheidsmatrix [K] bepaalt het gedrag van de elementen (balk, kolom, plaat, wand, … ). Zonder verder in detail te treden over de afleiding, nemen we aan dat de stijfheidsmatrix [K] voor een plaat of plaat als volgt eruitziet:
![Rendered by QuickLaTeX.com \[\left[K \right]=\begin{bmatrix}<br/>L_{xx} & L_\upsilon & 0 & 0 & 0 & 0\\<br/>L_\upsilon & L_{zz} & 0 & 0 & 0 & 0\\<br/>0 & 0 & L_{xz} & 0 & 0 & 0 \\<br/>0 & 0 & 0 & D_{xx} & D_\upsilon & 0\\<br/>0 & 0 & 0 & D_\upsilon & D_{zz} & 0\\<br/>0 & 0 & 0 & 0 & 0 & D_{xz} \\<br/>\end{bmatrix}\]](https://support.buildsoft.eu/wp-content/ql-cache/quicklatex.com-41f323feec2976fcbf4116d9db4edc56_l3.png)
De factoren met ‘d’ beschrijven het gedrag voor de membraanwerking (= normaalkrachten), de factoren met ‘D’ beschrijven het gedrag bij buiging. De factoren voor dwarskracht worden hier niet vermeld. Onderstaande tabel geeft een overzicht van deze factoren voor een aantal plaattypes:
| Plaat dragend in twee richtingen | Plaat dragend in één richting | Diafragma | |
|---|---|---|---|
| 0 | |||
| 0 | |||
| 0 | |||
| 0 | |||
| 0 | 0 | ||
| 0 | 0 | ||
| 0 |
Bij platen dragend in één richting is de torsiestijfheid
functie van de breedte-dikte verhouding van de stroken waaruit de plaat is opgebouwd. Daarom wordt de torsiestijfheid van een plaat dragend in één richting uitgedrukt als een percentage t van de torsiestijfheid van een isotrope plaat.
Onderstaande tabel berekent de torsiestijfheid
van een plaat dragend in één richting en de torsiefactor t voor verschillende verhoudingen van b/e.
| 1 | 3694 | 42% |
| 2 | 6004 | 69% |
| 3 | 6909 | 79% |
| 4 | 7367 | 84% |
| 6 | 7825 | 90% |
| 10 | 8193 | 94% |
Uit bovenstaande tabel kan je concluderen dat voor een plaat die in één richting draagt met stroken van 20 cm dik en 60 cm breed, b/t=60/20=3, ongeveer ≈80% van de torsiestijfheid van een isotrope plaat wordt bereikt. In dit geval moet je 80% invullen in het venster met de plaateigenschappen.
Materiaal en betondekking
- Selecteer het materiaal van de plaat uit de pull-down lijst. Het bevat alle materialen die in de Materiaalbibliotheek zitten.
- Voor een betonnen oppervlak moet je ook de betondekking opgeven.
De bruto wapeningsdekkng is de afstand tussen het zwaartepunt van de wapening en de boven- of onderrand van de dwarsdoorsnede.
Klik op
om onderstaand venster te openen.
Onderstaande tabel geeft aan waar Diamonds acht dat de wapening zit in verschillende plaattypes. Het toont ook voor welke platen dat Diamonds de spanningen kan berekenen en voor welke niet.
| Icoon | Spanningen als resultaat? | Wapeningzones | |
|---|---|---|---|
| hoofd x’-richting | neven z’-richting | ||
| ✓ | ![]() | ![]() | |
| ✓ | ![]() | ![]() | |
| ✓ | ![]() | – | |
| ✗ | ![]() | ![]() | |
| ✗ | ![]() | ![]() | |
| ✗ | ![]() | ![]() | |
| ✗ | ![]() | ![]() | |
| ✗ | wapeningsberekening niet mogelijk | ||
| ✓ | wapeningsberekening niet mogelijk | ||
| ✗ | wapeningsberekening niet mogelijk | ||
Opmerkingen:
- Voor sommige plaattypes (zoals een ribbenvloer) is de doorsnede (= stijfheid) niet constant over de breedte (of lengte) van de plaat. De toename van stijfheid wordt uitgesmeerd over het oppervlak van de plaat.
Deze uitgesmeerde stijfheid maakt het onmogelijk om de spanningen te berekenen. - Voor prédallen
zal ook de optie “Scheurvorming berekenen met gereduceerde hoogte” zichtbaar zijn. Meer info in dit artikel. - Het is niet mogelijk om voor- of naspanning in onze software te modelleren.
Lokale assen
Het lokaal assenstelsel van een oppervlak is belangrijk omdat de weergave van de resultaten (met name boven- en onderwapening) afhankelijk is van de gekozen oriëntatie.
Om het lokaal assenstel van een oppervlak te tonen:
- Sluit alle venster en ga naar de “Geometrie” configuratie
. - Klik op
om de Configuratie instellingen te openen.
Vink in de kolom “Oppervlakken” de optie “Lokaal assenstelsel” aan.
- De x’-as loopt altijd parallel aan de hoofddraagrichting van de plaat. Als een plaat een voorkeursdraagrichting heeft (zoals een welfsel), zal de x’-as altijd parallel lopen aan de pijl die op de plaat is getekend.
De z’-as loopt altijd parallel aan de secundaire draagrichting van de plaat.
De y’-as bepaalt de boven- en onderkant van de plaat. De richting waarin de y’-as wijst, is de bovenkant. Je hebt dit nodig bij het beoordelen van de wapening in muren.
Wanneer je een plaat maakt, loopt de x’-as altijd parallel aan de globale X-as. Dit is echter niet altijd wenselijk. Met de opties onderaan dit dialoogvenster
kan je dat veranderen.
- Lokale xz-assenoriëntatie
Deze optie draait het lokale coördinatensysteem van de plaat in een horizontaal XZ-vlak. - Oriëntatie lokale y-as
Deze optie zal de richting van de y’-as omdraaien. Dat is handig bij het definiëren van grond- of waterdrukken.






(e) in twee richtingen
(e) de ribben in één richting
(3) en (4) in twee richtingen
(3) en (4) in twee richtingen
(e) in één richting















