Met de knop
kan je lijnen tekenen. Deze lijnen vertegenwoordigen balken, kolommen of de randen van een oppervlak (plaat of muur). Je kan achteraf een doorsnede toewijzen aan een lijn. Er zijn twee manieren om een lijn te definiëren:
- Ofwel via de muis
Houd er rekening mee dat het tekenen van lijnen vanaf nul alleen mogelijk is in een 2D-zicht. In een 3D-weergave kun je alleen lijnen tekenen tussen bestaande punten of vastklikken op bepaalde plaatsen op bestaande lijnen (zoals het middelpunt of loodrecht).- Klik op de knop
. - Klik één keer voor het startpunt van de lijn.
- Navigeer met de muis naar het eindpunt en klik nogmaals. Je kan eenvoudig lijnen onder 0°, 45° of 90° tekenen door de SHIFT-toets ingedrukt te houden tijdens het navigeren. Je kan ook gebruik maken van de coördinaten die onderaan de informatiebalk verschijnen.
- Zodra het eindpunt van de lijn is ingesteld, kan je een nieuwe lijn beginnen door meteen het volgende punt aan te geven (het beginpunt van de nieuwe lijn is dan gelijk aan het eindpunt van de vorige lijn).
Als je op ENTER of de rechtermuisknop drukt, kun je ergens anders in het model beginnen met tekenen.
Wanneer u de muis in de buurt van een bestaande lijn beweegt, wordt de intelligente cursor actief. Die detecteert het dichtstbijzijnde punt, loodrechte punt, dichtstbijzijnde punt en snijpunt van de lijn.

- Deactiveer de tekenfunctie met de knop
of druk op ESC.
- Klik op de knop
- Ofwel met behulp van coördinaten
- Klik op de knop
. - In de informatiebalk vraagt Diamonds je de coördinaten van het eerste punt.
Schrijf twee coördinaten (2D-zicht) of drie coördinaten (3D-zicht) gescheiden door “;”.

- Druk op ENTER.
- Nu vraagt de informatiebalk je de coördinaten van het tweede punt.
Voer ze op dezelfde manier in als het eerste punt.
Om relatieve coördinaten te definiëren, begin je de coördinaten met een ‘@’-teken.

- Beëindig de tekenfunctie met de knop
or druk op ESC.
- Klik op de knop
Opmerking:
- Als je wilt dat de afstanden naast de cursor worden weergegeven wanneer je tekent, ga dan naar het menu ‘Opties – Voorkeuren …’ en vink de juiste optie aan in het tabblad ‘Tekenen’ (zie Tekenenparameters).
