Diamonds

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Diamonds
  6. /
  7. Lasten knoppen
  8. /
  9. Windlastgenerator
  10. /
  11. Terreinparameters

Terreinparameters

Klik op om de wind norm en de terreinparameters te definiëren. Het volgende venster verschijnt:

  • Norm
    Selecteer de norm en nationale bijlage volgens dewelke je windlasten wil genereren.
    Een volledige lijst van beschikbare standaarden in Diamonds vind je hier.
    Onderstaande uitleg gaat uit van de norm EN 1991-1-4.
  • Structuurparameters
    • Geef aan of je het gebrek aan correlatie tussen de wind op de gevels in rekening wil brengen of niet. Als je deze optie aanvinkt, zal de windbelasting op de gevels maal 0,85 worden gedaan. De reductie wordt niet door elke nationale bijlage toegestaan en is hierdoor enkel zichtbaar wanneer het toegelaten is.
    • de waarde van de structuurfactor cscd.
      Hij houdt rekening met de effecten van de niet-gelijktijdigheid van de extreme stuwkracht op het gehele oppervlak cs en met het risico van trillingen als gevolg van turbulentie cd.
  • Richtingsfactor en de seizoensfactor
    Noteer de richtingsfactor cdir en de seizoensfactor cseason.
    Beiden worden vermenigvuldigd met de basis windsnelheid vb,0.
  • Windsnelheid
    • de luchtdichtheid (meestal 1,25kg/m³)
    • de waarschijnlijkheidsfactor cprob brengt de ontwerplevensduur in rekening. Indien de ontwerplevensduur <50 jaar is, zal de waarschijnlijkheidsfactor <1. De ontwerplevensduur kan je instellen in het venster voor de lastengroepen (zie Gevolgklasse en Ontwerplevensduur).
    • Ofwel definieer je de basisreferentiewindsnelheid vb,0 [m/s] zodat Diamonds de extreme winddruk qp(z) kan berekenen met behulp van de andere parameters (zoalscdir, cseason, het terreintype, de helling, …). You can also let calculate the basic reference wind velocity for you by selecting the correct country and wind area via the pull down-menu/ the button .
    • Ofwel definieer je de referentiewinddruk qb zodat Diamonds de extreme winddruk qp(z) kan berekenen met behulp van de andere parameters (zoalscdir, cseason, het terreintype, de helling, …).
  • Terreintype
    Bepaal de terreincategorie (0 tot IV). Klik op de knop om de betekenis van elke categorie te raadplegen.
  • Helling
    Is het gebouw gelegen op een helling, dan kan dit in rekening worden gebracht door middel van de orografiefactor c0(z). Je kunt het hellingspercentage en de s-factor invoeren of je kunt het door Diamonds laten berekenen.
    Klik op . Het volgende venster verschijnt:

    Bevindt het gebouw zich in de nabijheid van een plateau, dan is de eerste optie van toepassing. Staat het gebouw op een heuvel, dan geldt de tweede optie. Met behulp van een gedetailleerde tekening kunnen alle afmetingen netjes worden ingevuld.

Opmerkingen:

  • De standaard- en terreinparameters kunnen worden opgevraagd in de rekennota .
  • Het aanpassen van de norm of terreinparameters zorgt ervoor dat eerder gegenereerde windlasten worden verwijderd!