In dit venster
bepaal je voor de lastengroep of elke deellastengroep:
- Verloop van de golf
Sinus (of harmonisch)
Blok (of impuls)
Zaagtand (of driehoek)
Willekeurig (zie verder)
- Amplitudefactor: dit is de maximale waarde van de golf, dit is de factor waarmee de statische belasting zal vermenigvuldigd worden. De amplitude moet steeds tussen -1 en 1 liggen.
- Amplitude 2 (enkel bij blok of zaagtand): dit is de neerwaartse maximale waarde van de golf.
- N° periode : met deze optie geef je aan hoeveel keer de cyclus moet worden doorlopen in 1 periode.
- Fase (enkel bij harmonisch): hiermee definieer je een fase verschuiving.
- ‘Start’: dit is het startpunt van de golf relatief ten opzichte van de periode (starttijdstip = start * periode). Deze waarde ligt steeds tussen 0 en 1. Als deze waarde op 0 staat, dan start de golf aan het begin van de periode. Met een waarde > 0, start de golf later en is er dus een deel waar de amplitude 0 is (zogenaamd ‘dood’ gedeelte).
- Stap (enkel bij blok of zaagtand): dit is waar de golf door de horizontale as gaat, met andere woorden van teken verandert, het nulpunt van golf.
- ‘Einde’: dit is het eindpunt van de golf, relatief ten opzichte van de periode (eindtijdstip = einde * periode). Als deze waarde op 1 staat, dan eindigt de golf op het einde van de periode. Met een waarde < 1, stopt de golf vroeger dan de periode, en ontstaat er een deel waar de amplitude 0 is (zogenaamd ‘dood’ gedeelte).
Tenslotte geef aan of je de golf wenst toe te passen op de ingevoerde (statische) belasting of als versnelling van de steunpunten. Voor deze laatste optie geef je de waarde van de versnelling op en de richting met hoeken α en β.
Aan de rechterzijde vind je de het verloop van de golf in functie van de tijd. Eronder vindt u een detail over 1 periode. Wissel tussen de tabbladen ‘Tijd’ en ‘Frequentie’ om de golf in het tijds- of frequentie domein voor te stellen. De optie om de golf voor te stellen in het frequentie domein is enkel beschikbaar als de golf periodisch is.
D.m.v. een Fourier transformatie kan elke willekeurige golf (=de rode golf in onderstaande figuur) beschreven worden als een som van harmonische(sinussen en cosinussen) functies (= de blauwe, groene en paarse golven in onderstaande figuur). De ontbinding kan voorgesteld worden in het frequentie domein. Hierin is te zien welke frequenties met welke amplitude het meest in de golf voorkomen. De frequenties met de grootste amplitude zullen het meest bepalend zijn en kunnen zelfs kritiek zijn, met name wanneer zij overstemmen met de eigenfrequentie van de structuur.
Willekeurige golf
Je kan een willekeurige golf in Diamonds definiëren. Wanneer je deze optie kiest, moet je een aantal interpolatie punten opgeven. Je kan hiervoor de ingebouwde tools gebruiken of je kan een verloop plakken vanuit een externe tabel.
verwijdert het geselecteerde vierkantje
‘vloeiende’ interpolatie tussen de punten. De punten worden via een kubische spline met elkaar verbonden.
lineaire interpolatie tussen de punten. De punten worden via rechte lijnen met elkaar verbonden.
voegt een punt in, voor het huidige en halverwege met het vorige punt.
voegt een punt in, na het huidige en halverwege met het volgende punt.
plakt een externe tabel vanuit klembord. De externe tabel (bijvoorbeeld in MS Excel) moet 2 kolommen bevatten: een eerste met het tijd/ periode verloop en een tweede met de amplitude. Selecteer deze kolommen met waarden, kopieer deze (via CTRL + C) naar het klembord en plak de waarden in Diamonds met de knop
.
Naast bewerkingen in de tabel, kan je ook in de detailgrafiek van de golf de interpolatiepunten aanklikken en verplaatsen.


