Diamonds

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Diamonds
  6. /
  7. Lasten knoppen
  8. /
  9. Lineair dynamische belast...
  10. /
  11. De (hoofd)lastengroep

De (hoofd)lastengroep

In dit venster moet je volgende gegevens invullen:

Deellastengroepen

  • Periodisch (de golf herhaalt zich in de tijd) of niet (=aperiodische golf):

Periodisch

aperiodische

  • en of ze synchroon of asynchroon werken.

Zijn er geen deellastengroepen aanwezig, dan is enkel de periodiciteit van toepassing. In geval van deellasten is ook de synchronisatie van toepassing. Deze optie is enkel zinvol indien de deellasten altijd samen werken. Werken de deellasten onafhankelijk van elkaar, dan heeft deze optie geen invloed. Ingeval de deellasten samen werken en als ‘asynchroon’ gedefinieerd staan, zal Diamonds zelf de meest nadelige situatie (in dit geval periode) zoeken tussen de golven. Kies je voor ‘synchroon’ werken van deellasten, dan is het vereist dat je de periode tussen de golven kent en dat deze constant blijft. Is de periode tussen de golven van de deellasten niet gekend of blijft deze niet constant, dan opteer je beter voor ‘asynchroon’.

Periode

Vervolgens geef je de periode van de golf op. In geval van deellastengroepen moet je de maximale periode van alle deellasten kiezen. Je kan de periode op 2 manieren ingeven:

  • Als absolute waarde van de periode (s) of de pulsatie (rad/s).
    Bij invullen van een van beide waarden, wordt de andere automatisch berekend.
  • Relatief ten opzichte van een gekozen eigenperiode.
    De periodefactor laat je toe de gekozen eigenperiode nog te vermenigvuldigen met een waarden naar keuze. De bedoeling hiervan is dat je het effect van een belasting kan bekijken waarvan de periode nauw aansluit bij (of gelijk is aan) de eigenperiode. Hiervoor is resonantie van de structuur te verwachten, uiteraard rekening houdend met de demping.

Geavanceerd

Bij het klikken op ‘Geavanceerd’ vind je:

  • Het ‘# punten’ zijn het aantal knoopjes waarin per eigenmode de verplaatsingen t.g.v. de belasting worden bepaald (= het oplossen van de bewegingsvergelijkingen). 100 punten is een goede aanname. 100 punten is een goede aanname.
  • Hoe groter de eigenfrequentie van deze modes is, hoe kleiner de periode van de eigenmode wordt. Om ook hier voldoende punten te hebben opdat de integratie voldoende nauwkeurig zou zijn, kan je bij ‘Min. Punten/golf’ een minimum aantal punten opgeven. 15 is een goede aanname.
  • Het ‘# evaluatiepunten’ zijn het aantal knoopjes waarin d.m.v. superpositie de respons bepaald wordt. Het ‘# evaluatiepunten’ gelijk kiezen aan het ‘# punten’ is de nauwkeurigste aanname, maar neemt het meeste rekentijd in beslag. Je mag het ‘# evaluatiepunten’ kleiner kiezen dan het ‘# punten’; de fout die je maakt is verwaarloosbaar. Het heeft geen zin het ‘# evaluatiepunten’ hoger te kiezen dan het ‘# punten’.
  • Indien de som van de effectieve modale massa’s te klein uitvalt voor één of meerdere richtingen kan u 2 zaken doen:
    • Of je voert de modale analyse opnieuw uit, maar je vraagt meer eigenmodes.
    • Of je gebruikt de quasi statische correctie.

Aan de rechterzijde van het dialoogvenster vind je een overzicht van alle gedefinieerde golven in de (deel)lastengroep(en). Initieel, wanneer er nog geen enkele golf gedefinieerd is, zal de grafiek nog leeg zijn. Wanneer je later terugkeert naar dit venster zie je het samenspel van de gedefinieerde golven. De deellastengroep die op dat moment actief staat in het vetjes getekend.