Diamonds

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. Diamonds
  6. /
  7. Resultaat knoppen
  8. /
  9. Gedetailleerde resultaten

Gedetailleerde resultaten

Om een detailrestultaat op te vragen:

  • Selecteer de relevante staven/ snedelijnen of oppervlakken.
    Als je meerdere staven (of snedelijnen) selecteert, dan moeten ze in elkaars verlengde liggen. Als je meerdere oppervlakken selecteert, dan moeten ze in hetzelfde vlak liggen.
  • Klik op .
    Volgend venster verschijnt.

Voor staven (balken, kolommen en snedelijnen) – Algemeen

  • Selecteer aan de linkerkant de belastingsgroep of belastingscombinatie waarvan je de resultaten wilt zien.
  • Daaronder zie je alle iconen voor de resultaten in oppervlakken.
    Enkel die knoppen waarvoor resultaten beschikbaar zijn, kunnen worden ingedrukt.
    Geef aan voor welke resultaten u de grafieken wilt zien.
  • Boven de grafieken ziet je de staaf, de nummers van de eindpunten en de lengte van de staaf.
  • Sleep de schuifbalk naar de gewenste positie om de resultaten op een bepaalde locatie te bekijken. Je kan ook een waarde onder de slider invullen. De slider zal dan naar de locatie springen.
  • De bepalende combinatie (minimale en maximale combinatie) voor omhullenden kan worden weergegeven of verborgen met de knoppen en .
  • Standaard worden de gedetailleerde resultaten weergegeven volgens de configuratie van Resultaten.
    Maar met behulp van de keuzelijst kan een andere configuratie selecteren.
    Lees hier hoe je configuraties toevoegt, aanpast en verwijdert.

De volgende regels zijn van toepassing op elk van de grafieken:

  • De waarden in de meshpunten worden afgeleid met behulp van EEM. De gemiddelde resultaten worden bepaald door lineaire interpolatie.
  • Extreme waarden met een positief of negatief teken worden rechts van elke grafiek weergegeven.
  • De eenheden worden bovenaan het dialoogvenster vermeld.

Voor staven (balken, kolommen en snedelijnen) – Relatieve vervorming

  • Selecteer het resultaat voor vervormingen .
  • Selecteer de optie . Er worden twee grafieken toegevoegd aan het venster.
  • Bestaande steunpunten of automatisch herkende vaste punten (zoals een muur of kolom) worden standaard rode punten.
  • De overspanning om de relatieve vervorming te berekenen is gelijk aan de afstand tussen de rode punten.
  • Rode (vaste) punten kunnen worden omgezet in zwarte(niet vaste) punten door er op te klikken en visa versa.
  • Je kan ook de meshpunten weergeven via de optie . Meerdere zwarte punten worden toegevoegd aan de grafiek met de totale vervorming. Deze punten kan je ook aanklikken zodat ze een rood (vast) punt worden.
  • Onder de totale vervorming ize je de lineaire en relatieve vervorming.
    • De lineaire vervorming is de koorde die de vervormingen ter plaatse van de rode punten (= de vaste punten) met elkaar verbindt.
    • De relatieve vervorming is gelijk aan de totale vervorming min de lineaire vervorming.
      Doordat de overspanning gekend is (= de lengte tussen de rode punten), kan Diamonds het aandeel van de relatieve vorming ten opzichte van de overspanning L/xxx berekenen.

Opmerkingen:

  • Voor staven komt de globale vervorming δY overeen met lokale δz’ resultaten in het detailvenster (indien de doorsnede niet geroteerd is).
  • Voor snedelijnen komen vervormingen in het globale venster δY overeen met globale resultaten δY in het detailvenster.
  • Indien er ook vervormingen volgens de lokale y’-as δy’ zijn, zal Diamonds deze opsplitsen volgens hetzelfde principe.
  • Door de optie aan te vinken, toont Diamonds ook de hoekverdraaiingen voor staven.
  • Je kan een afdruk of afdrukvoorbeeld genereren met en . Relatieve vervorming kan niet worden opgenomen in het rapportbeheer .

Voor oppervlakken (vloeren, platen en wanden) – Algemeen

  • Selecteer aan de linkerkant de belastingsgroep of belastingscombinatie waarvan je de resultaten wilt zien.
  • Daaronder zie je alle iconen voor de resultaten in oppervlakken.
    Enkel die knoppen waarvoor resultaten beschikbaar zijn, kunnen worden ingedrukt.
  • Standaard worden de gedetailleerde resultaten weergegeven volgens de configuratie van Resultaten.
    Maar met behulp van de keuzelijst kan een andere configuratie selecteren.
    Lees hier hoe je configuraties toevoegt, aanpast en verwijdert.
  • Beweeg je muis binnen de omtrek van de plaat.
    De relatieve coördinaten van het punt waarvoor je de resultaten opvraagt en de resultaten zelf worden onderaan het venster weergegeven.
  • De schuivers doen hetzelfde als het bewegen van de muis.
    Ze kunnen naar de gewenste positie worden gesleept om de resultaten op die specifieke locatie te bekijken.
    Je kan ook een afstand invoeren onder de schuifregelaars, dan springt de schuifregelaar naar deze afstand.
  • Voor prédallen, platen dragend in één of twee richtingen, wordt ook de optimale hopt en minimale plaathoogte hmin weergegeven.
    • hopt wordt berekend met een staalrek van 10‰ en een betonstuik van 3,5‰
    • hmin wordt berekend met een staalrek overeenstemmend met het punt waarbij het wapeningsstaal net de vloeigrens bereikt heeft en een betonstuik van 3,5‰
  • Voor wapening in platen zijn er drie mogelijke resultaten:
    • Ainf,UGT (of Asup,UGT): de nodige wapening om aan UGT te voldoen
    • Ainf,TOT (of Asup,TOT): de nodige wapening om aan UGT en BGT te voldoen, alsook de minimale wapening en desgevallend de praktische wapening.
    • Ainf (or Asup): in geval dat Ainf,UGT= Ainf,TOT (of Asup,UGT=Asup,TOT)

Alle resultaten, inclusief de vervormingen en reacties (zowel voor balken als platen), worden altijd weergegeven volgens het lokale coördinatensysteem.

Je kan de detailsresultaten afdrukken via . Je kan de voorstelling 90° draaien door op deze knop te klikken.
De bepalende combinatie (minimale en maximale combinatie) voor omhullenden kan worden weergegeven of verborgen met de knoppen en .

Een praktische toepassing van de gedetailleerde resultaten is het weergeven van de wapeningshoeveelheden in een oppervlak als een raster.