Diamonds wordt geleverd met een bibliotheek met standaardmaterialen. Naast de kenmerken vind je daar ook de weerstandseigenschappen van de materialen.
Je kan de materiaalbibliotheek raadplegen/ aanpassen via het menu ‘Wijzig – Materiaalbibliotheek’. Het volgende venster verschijnt:
- In het midden vind je een lijst van alle gedefinieerde materialen.
- Materialen voorafgegaan door het pictogram
zijn standaardmaterialen. Het is niet mogelijk om standaardmaterialen aan te passen. Maar je kan wel een kopie van het materiaal maken met de knop
. Deze kopie kan je wel aanpassen. - Materialen vooraf gegaan door
zijn door de gebruiker gedefinieerde (user defined) materialen. - Is een materiaal gebruikt in het huidige project, dan licht deze knop
op wanneer je het materiaal selecteert. - Wil je dat een user defined materiaal gedurende de hele sessie (= totdat je Diamonds afsluit) beschikbaar blijft, klik dan op
. - Wil je dat het user defined materiaal altijd beschikbaar is in de bibliotheek, klik dan op
. - Gebruik de knop
of de rechter muisknop om het default staal, beton en houtsoort aan te duiden. Het default materiaal wordt in het rood weergegeven.
- Materialen voorafgegaan door het pictogram
- Rechts vind je de corresponderende materiaaleigenschappen. De eigenschappen worden gerangschikt in 3 tabbladen:
- de mechanische eigenschappen
- de thermische eigenschappen
- de sterkte eigenschappen
- The buttons on the left allow you to adjust the content of the library.
- Klik op
om alle wijzigen op te slaan. - Sorteer de materialen alfabetisch door op de knoppen
en
te klikken. Wil je de materialen liever in een andere volgorde zien, kun je ze met de muis verslepen. - Klik op
om een nieuw materiaal toe te voegen
- Klik op
om het geselecteerd materiaal te verwijderen. - Klik op
om het geselecteerd materiaal te kopiëren. You can now adjust the material. - Klik op
om het aantal materialen weer te geven.
- Klik op
- De knoppen rechts onder laten je toe om de inhoud van de bibliotheek te exporteren/ importeren.
- Met het filter aan de linkerkant kan je bepalen welke materialen zichtbaar moeten zijn in dit dialoogvenster:
.
Mechanische eigenschappen
De mechanische eigenschappen worden gebruik tijdens de elastische analyse
.
- de naam aan van het geselecteerde materiaal
- Geef aan tot welk type het materiaal behoort. Als je staal, beton of hout selecteert, moet je ook de weerstandseigenschappen aangeven, zodat een aanvullende verificatie kan worden uitgevoerd. Voor alle andere materialen voert Diamonds alleen een elastische analyse van de constructie uit. Je krijgt dan de resultaten van de inwendige krachten en spanningen (elastisch), maar geen aanvullende specifieke verificatie.
- the Young’s elasticity modulus E, the Poison ratio ν, the transverse Young’s modulus G
- Voor een elastisch materiaal bestaat een eenduidig verband tussen deze drie eigenschappen. Vandaar dat je de glijdingsmodulus (voor user defined materialen) via de knop
automatisch kan laten berekenen eens E en u zijn vastgelegd.
- de thermische uitzettingscoëfficiënt α
- de dichtheid ρ
Thermische eigenschappen
De thermische eigenschappen worden gebruik bij een brandweerstandsanalyse
.
- De warmte capaciteit c
- De warmte geleidbaarheid λ
- Emissiviteit εres
De warmte capaciteit en de thermische geleidbaarheid zijn afhankelijk van de temperatuur. Deze relatie is gekend voor alle materialen vooraf het icoon . Voor beton hangen deze twee eigenschappen bovendien af van de betonsamenstelling.
Wil je zelf een functie op te leggen voor de warmte capaciteit of de thermische geleidbaarheid:
- Selecteer ‘Custom’ uit de keuzelijst.
- Klik op
. Het volgende venster verschijnt:
- Geef de functie een naam.
- Definieer de functie door de rode vierkantjes te verslepen.
verwijdert het geselecteerde vierkantje
‘vloeiende’ interpolatie tussen de punten. De punten worden via een kubische spline met elkaar verbonden.
lineaire interpolatie tussen de punten. De punten worden via rechte lijnen met elkaar verbonden.
voegt een punt in, voor het huidige en halverwege met het vorige punt.
voegt een punt in, na het huidige en halverwege met het volgende punt.
plakt een externe tabel vanuit klembord.
- Met de knoppen
en
kan je de functie importeren en exporteren.
Geavanceerde eigenschappen
De geavanceerde eigenschappen worden gebruikt in een staal-
, beton- < 0 > of houtontwerp
. We richten ons op de parameters voor Eurocode zonder nationale bijlage.
- Norm
Selecteer de ontwerpcode waarvan je de materiaaleigenschappen wil bekijken of bewerken.
Geavanceerde parameters voor beton
| fck | Eurocode onderscheidt verschillende sterkteklassen, bijvoorbeeld C25/30. De letter C staat voor ‘concrete’. Het eerste getal geeft de karakteristieke druksterkte weer van een betonnen cilinder (cilinder van 150 mm x 300 mm) na 28 dagen. Dit is fck. Het tweede getal geeft de de karakteristieke druksterkte weer van een betonnen kubus (kubus van 150 mm) na 28 dagen. |
| fctm | de gemiddelde treksterkte na 28 dagen |
| Ecm | de elasticiteitsmodulus (die wordt weergegeven op het tabblad ‘Mechanische eigenschappen’) |
| de partiële veiligheidscoëfficiënt op de sterkte-eigenschappen van het beton | |
| de kruipfactor voor het beperken van de spanningen Hij is wordt op zodanige manier bepaald dat: Lees hier waarom er twee kruipfactoren zijn. | |
| de kruipfactor voor het berekenen van de gescheurde vervorming Lees hier waarom er twee kruipfactoren zijn. | |
| k1 | beperkingsfactor op de betonspanningen in BGT ZC om onaanvaardbare scheurvorming en hoge kruipniveaus te vermijden (EN 1992-1-1 §7.2). = 0.60 |
| k2 | beperkingsfactor op de betonspanningen in BGT QP om onaanvaardbare scheurvorming en hoge kruipniveaus te vermijden (EN 1992-1-1 §7.2). = 0.45 |
| fyk | de karakteristieke vloeigrens van de langswapening |
| fywk | de karakteristieke vloeigrens van de beugelwapening |
| de partiële veiligheidscoëfficiënt op de sterkte-eigenschappen van het wapeningsstaal =1.15 | |
| k3 | beperkingsfactor op de spanning in het wapeningsstaal in BGT ZC om onaanvaardbare scheurvorming en hoge kuipniveaus te vermijden (EN 1992-1-1 §7.2). = 0.80 |
| ρmin | het minimum wapeningspercentage van de trekwapening (EN 1992-1-1 §9) |
| ρmax | het maximum wapeningspercentage (EN 1992-1-1 §9) =0.04 |
Geavanceerde parameters voor staal
| fy | de karakteristieke vloeigrens De vloei- en breukgrens nemen af wanneer de afmetingen van de dwarsdoorsnede toenemen. Dit komt doordat grotere afmetingen de kans op restspanningen vergroten. Restspanning hebben een negatief effect op de vloei-/ breukgrens. |
| fu | de karakteristieke breukgrens De vloei- en breukgrens nemen af wanneer de afmetingen van de dwarsdoorsnede toenemen. Dit komt doordat grotere afmetingen de kans op restspanningen vergroten. Restspanning hebben een negatief effect op de vloei-/ breukgrens. |
| de partiële veiligheidscoëfficiënt op de sterkte-eigenschappen van het staal bij het controleren van de sterkte =1.0 | |
| de partiële veiligheidscoëfficiënt op de sterkte-eigenschappen van het staal bij het controleren van de stabiliteit =1.0 | |
| partiële veiligheidscoëfficiënten relevant voor het ontwerp van verbindingen in PowerConnect (EN1993-1-8) |
Geavanceerde parameters voor hout
| ft,0,k | de karakteristieke treksterkte in vezelrichting |
| fc,0,k | de karakteristieke druksterkte in vezelrichting |
| ft,90,k | de karakteristieke treksterkte loodrecht op de vezelrichting |
| fc,90,k | de karakteristieke druksterkte loodrecht op de vezelrichting |
| fm,k | de karakteristieke buigsterkte |
| fv,k | de karakteristieke afschuifsterkte |
| de partiële veiligheidscoëfficiënt op de sterkte-eigenschappen van het hout | |
| kmod | is een aanpassingsfactor die rekening houdt met het effect van de belastingsduur en de klimatologische omstandigheden op de sterkte-eigenschappen (meer info) |
| kdef | is een aanpassingsfactor die rekening houdt met het effect van de klimaatomstandigheden op de stijfheidseigenschappen (meer info) |



