Waarom zijn groepen belangrijk als je de knklengtes wil laten uitrekenen?
De knikweerstand van een element is afhankelijk van z’n kniklengte. De kniklengte van een element is afhankelijk van:
- de systeemlengte
- de randvoorwaarden aan het begin en einde van het element. Deze randvoorwaarden kunnen opleggingen zijn
of een aangrenzende structuur
.
Aangezien elementen worden “opgedeeld” om een knooppunt te maken in Diamonds, zijn de systeemlengte en bijhorende randvoorwaarden niet eenduidig bepaald. Het is ook mogelijk dat een bepaalde staaf niet in staat is om als kniksteun te fungeren (bijvoorbeeld: het is twijfelachtig of een dun L-profiel kan voorkomen dat een zware HEM knikt).
Om het principe uit te leggen, beschouw je opnieuw de groene kolom in de bovenstaande structuur. Stel dat je de kniklengte rond de y’-as wilt berekenen. Met behulp van de kurkentrekkerregel langs de y’-as is de knikrichting van de groene kolommen naar links of naar rechts.
- als je staven 1 en 2 als doorlopend beschouwt, is de systeemlengte 2*L
- als je staven 1 en 2 als niet doorlopend beschouwt, is de systeemlengte ongeveer L afhankelijk van de stijfheid van de blauwe staven

Je voelt al dat de grootte van de systeemlengte voor interpretatie vatbaar is… Een interpretatie die software niet kan en zal maken. De oplossing voor deze interpretatie is het definiëren van knikgroepen in Diamonds. Hierdoor worden de systeemlengte en de bijbehorende randvoorwaarden ondubbelzinnig bepaald. Als je dus de kniklengtes berekent zonder eerst de knikgroepen te definiëren, heb je geen idee wat de uitkomst van de kniklengteberekeningen (en de daaruit voortvloeiende eenheidscontrole) zal zijn!
Hoe definieer je groepen voor knik?
Bekijk de onderstaande structuur. Concentreer je op de groene kolom. Maak (of annuleer) een groep om de kniklengtes te berekenen:
- Ga naar de Geometrie configuratie
. - Zet het lokaal assenstelsel van de staven zichtbaar
. De grootte van het lokale assenstelsel en het lettertype kunnen aan de rechterkant in het palet ‘grootte’ worden gewijzigd.
- Neem een massieve voorstelling
. - Selecteer ‘knik rond de y’-as’ uit het pallet ‘Toon groepen’.
- ‘Knik rond de y-as’ van de groene balken betekent dat ze naar links of rechts willen knikken. Aan de linker- en rechterkant van de groene kolom hebben we blauwe balken. De blauwe balken spelen hier dus een rol.
Als je de blauwe staven voldoende stijf acht om als kniksteun te werken, zijn de groene kolommen discontinu en moeten balk 1 en 2 gedegroepeerd worden. - Selecteer de groene kolommen en klik op
. - Als je van mening bent dat de blauwe balken niet stijf genoeg zijn om als kniksteun te werken, zijn de groene kolommen continu en moeten balk 1 en 2 worden gegroepeerd.
Selecteer de groene kolommen en klik op
. - Je hebt nu de knikgroepen rond de y-as gedefinieerd, nu doe je hetzelfde maar dan voor knikken rond de z-as. Selecteer ‘knik rond de z-as’ in het palet ‘Toon groepen’.
- Met behulp van de kurkentrekkerregel langs de z’-as, is de knikrichting van de groene kolommen naar voren of naar achteren. Er is niets dat het knikken in die richting blokkeert, beide kolommen moeten worden gegroepeerd.
Selecteer de groene kolommen en klik op
. - Je hebt nu de knikgroepen in beide richtingen voor de groene staaf gedefinieerd.
Maar om correct te zijn, moet je de groepen voor alle balken/kolommen in het model definiëren, voor beide richtingen!


