1•2•Build

⌘K
  1. Home
  2. /
  3. Docs
  4. /
  5. 1•2•Build
  6. /
  7. Werkbalk Lasten
  8. /
  9. Windgenerator op 2D spant...
  10. /
  11. Inwendige drukcoëfficiënt...

Inwendige drukcoëfficiënt

1•2•Build kan de windlasten generen op overkappingen en op gebouwen.

  • Een overkapping is een structuur met maximum één gevel (zoals een luifeldak of een tankstation).
  • Een gebouw is een structuur met gevels (al dan niet met openingen zoals deuren/ ramen/ poorten).

Het spreekt voor zich dat de windlasten voor overkappingen en gebouwen niet dezelfde zijn.

Wanneer je de windgenerator opstart en daarna op de knop ‘Inwendige drukken’ klikt, verschijnt dit venster:

  • De bovenste helft van dit venster wordt gebruikt om de windlasten op overkappingen te bepalen. De windlasten worden beïnvloed door de graad van geslotenheid van de overkapping.
    • φ=0% indien de ruimte onder de overkapping vrij blijft
    • φ=100% indien er obstakels onder de overkapping de doortocht van de wind volledig verhinderen

    Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen een globale en lokale coëfficiënt. De globale krachtencoëfficiënt wordt gebruikt om de globale sterkte/ stabiliteit van de structuur te begroten. De lokale drukcoëfficiënt wordt gebruikt voor ontwerp en berekening van dakbedekkingen en bevestigingen.

  • Voor het bepalen van de windlasten op gebouwen zijn twee drukcoëfficiënten nodig:
    • De uitwendige drukcoëfficiënt cpe is afhankelijk van de vorm en afmetingen van het gebouw (zeg maar de buitenschil). 1•2•Build bepaalt deze drukcoëfficiënten automatisch op basis van de vorm van de structuur. De inwendige drukcoëfficiënt cpi is afhankelijk van blijvende en tijdelijke openingen in de structuur.
    • De onderste helft van dit venster wordt gebruikt om de inwendige drukcoëfficiënten cpi voor een gebouw te bepalen
    • Aangezien 1•2•Build twee windrichtingen beschouwd, zijn er ook twee inwendige drukcoëfficiënten. Die voor wind van links naar rechts in de blauw kader en die voor wind van rechts naar links in rode kader.
    • Beide kaders bevatten een grafiek die het domein toont waarbinnen de inwendige drukcoëfficiënt kan variëren.
      • Ofwel vul je de oppervlakte van de openingen in iedere gevelzijde in. Dan bepaald 1•2•Build automatisch welke inwendige drukcoëfficiënt daarbij hoort.
      • Ofwel kies je voor de onder- of bovengrens via respectievelijk cpi.min of cpi.max.
      • Ofwel vul je manueel een waarde in voor de inwendige drukcoëfficiënt