Voor elke werkmode ‘Geometrie’, ‘Lasten’, ‘Dimensionering’ en ‘Grafieken’ van het modelvenster kan u de inhoud afdrukken. Voor elke werkmode zal het beeld van het venster zo groot mogelijk verschaald worden naar het papier, met behoud van de proporties; is er in een venster ingezoomd op een detail, dat zal ook enkel dat detail afgedrukt worden.
Om de inhoud van het modelvenster af te drukken voor de actieve werkmode, selecteer de menu-instructie ‘Archief > Print venster’, klik je op het icoon
of gebruik de toetsencombinatie Ctrl + P.
Op het scherm verschijnt dan het ‘Print Setup’ venster van MS Windows. Dit venster kan variëren naar gelang de versie van MS Windows. Hierin kan je de printer kiezen waarop je wenst af te drukken en de instellingen hiervan wijzigen door op de knop ‘Eigenschappen…’ te klikken. In de onderste helft van het scherm vind je papierinstellingen (papiergrootte, keuze van de lade en oriëntatie).
Voorafgaand aan het eigenlijke uitprinten kan u er zich steeds van vergewissen dat het resultaat wel degelijk aan uw verwachtingen zal voldoen door een afdrukvoorbeeld te vragen. Om een afdrukvoorbeeld van het modelvenster te bekomen voor de actieve werkmode, selecteer de menu- instructie ‘Archief > Afdrukvoorbeeld’ of klik op het icoon
.
De eerste twee knoppen
en
dienen voor het uitvoeren van de printopdracht zelf en voor het instellen van de printeropties. Met het vergrootglas
kan je een rechthoek op een pagina selecteren die dan zo groot mogelijk uitvergroot wordt. Om terug te keren naar het oorspronkelijke zicht klik je op
.
Met de knoppen < en > kan je naar de vorige, resp. volgende pagina navigeren. Helemaal onderaan links ziet je welke pagina er momenteel getoond wordt en wat het totale aantal pagina’s is. Met de knoppen
en
kan je 1, respectievelijk 2 pagina’s tegelijk in het overzicht tonen.
Om het Afdrukvoorbeeld te sluiten, klik op ‘Close’.


