Via de knop
- Selecteer de staaf/staven die je als trekstaaf wil definiëren.
- Ken de gewenste doorsnede toe aan de staven via
of
. - Klik op
. - Selecteer
.
Via een functie
In sommige modellen, kunnen trekstaven die gedefinieerd werden via de knop
resulteren in iteratieproblemen. Dat komt omdat het algoritme dat bepaald welke trekstaaf belast wordt op trek dan wel druk, te strikt staat. De oplossing hiervoor is trekstaven definiëren via een functie waarin je zelf kan specificeren hoeveel druk ze kunnen opvangen.
- Selecteer de staaf/staven die je als trekstaaf wil definiëren.
- Ken de gewenste doorsnede toe aan de staven via
of
. - Klik op
. - Kies voor “Vrij” bij My’ en Mz’.

- Bij Nx’ kies voor ‘Functie’ en klik o
.
- Klik op
en geef de functie een naam (bijvoorbeeld ‘trekstaaf’). - Vul een kleine waarde in bij ‘<0’ en zet ‘>0’ op ‘Vast’.
De definitie van ‘een kleine waarde’ is afhankelijk van het model. Voor het ene model is 0,1 kN/m al voldoende om het model te laten rekenen zonder iteratieproblemen, voor een ander model kan 20kN/m nodig zijn.
Start met een willekeurig gekozen waarden (bijvoorbeeld 1kN/m) en berekenen de structuur. Voor een snelle berekening: verwijder de BGT-combinaties. Heb je veel UGT combinaties, verwijder dan ook de helft. Je kan ze later opnieuw toevoegen als je een goede waarde gevonden hebt voor de trekstaven. Als de structuur rekent, deel de waarde door 2 en probeer opnieuw. Als het model niet rekent, vermenigvuldig de waarde dan met 2 en reken opnieuw.
Je zal zien dat na een paar pogingen, het model rekent zonder iteratieproblemen en dat de drukkrachten in de trekstaven verwaarloosbaar klein zijn.

- Ken de functie ook doe aan het andere uiteinde van de staaf.
