Geometrie
Voeg opnieuw een rekenmodel toe in het actieve project aan de hand van het icoon
. In het nieuwe venster dat verschijnt kan je nu de aslijnen tekenen van het spant dat je wenst te dimensioneren, of kan je alternatief gebruik maken van Wizard voor de snelle definitie van standaard type structuren. Gebruik daartoe het icoon
uit het iconenveld Geometrie.
Selecteer nu de type structuur Portiek in de dialoog die verschijnt en bevestig je keuze met ‘Start wizard‘:
In de dialoog die vervolgens verschijnt kan je de geometrie van het spant snel vastleggen aan de hand van een beperkt aantal parameters. Aanvaard de standaardinstellingen voor geometrie en randvoorwaarden.
Noteer dat je in deze dialoog kan navigeren met de knoppen < Vorige en Volgende >.

Je bevestigt de definitie van het spant met de knop ‘Eindigen‘.
Op die manier kom je tot volgende definitie:
Lasten
Selecteer de lastengroep ‘Permanent’ en de liggers van het spant. Klik op het icoon
. Vul de volgende lastengegevens in:
De selectie
impliceert dat de ingevoerde lasten geprojecteerd worden op de ligger. Hun waarde zal dus herrekend worden in functie van de hellingshoek van de ligger.
Klik op ‘OK ’ en volgende lasten verschijnen op de geselecteerde liggers:

Merk op dat bij een verkeerde bewerking steeds een stap terug kan gezet worden met de menu–instructie Wijzig >Ongedaan maken…’ of door de sneltoets CTRL + Z.
Naast de klassieke mogelijkheden voor het definiëren van puntlasten en verdeelde lasten, beschik je met 1•2•Build ook over wind- en sneeuwgeneratoren. Om bijvoorbeeld de windlastengenerator te gebruiken, selecteer je eerst wind1, wind2, wind3 of wind4 in de lijst van mogelijke lasten:
Wind1 en wind2 gebruik je bijvoorbeeld om een windbelasting te definiëren voor een wind die waait van links naar rechts en die opwaarts respectievelijk neerwaarts is gericht. Wind3 en wind4 kan je analoog gebruiken voor een wind die waait van rechts naar links.
Op het ogenblik dat 1•2•Build de diverse lasten combineert, zal er automatisch rekening mee worden gehouden dat de windlasten nooit samen kunnen voorkomen. Eenzelfde opmerking geldt trouwens voor sneeuw1 en sneeuw2, als je gebruik maakt van de sneeuwlastengenerator.
Selecteer nu in het werkvenster het complete raamwerk en klik op
:
Opteer bijvoorbeeld een opwaartse wind die waait van links naar rechts en definieer de totale lengte van het gebouw loodrecht op de windrichting. Verder moet je nog de (dwarse) afstand tussen de spanten vastleggen (bijvoorbeeld 5 meter). Zodat 1•2•Build weet hoeveel oppervlakte door het geselecteerde spant gedragen wordt.




